Veeteelt

Kwalitatieve productie, daar gaat het om in de biosector. Geen snelle opfok, maar duurzame veeteelt. 

Bioveeteelt start met de keuze voor inheemse rassen die het vermogen bezitten om zich aan de lokale omstandigheden aan te passen. Het zijn robuuste dieren die minder kans maken op specifieke ziekten en die zonder hulp kunnen kalven of werpen. 

Biologische dieren worden gevoed met biologisch voer; het voer moet aangepast zijn aan de behoeften van het dier in de verschillende stadia van zijn ontwikkeling. Voeding staat in het teken van de gezondheid van het dier, niet in teken van maximale productie. Een bioveehouder produceert zoveel mogelijk veevoer op zijn eigen bedrijf en houdt niet meer dieren dan zijn grond aan kan. Zo beperkt hij overbegrazing, vertrappelen van de bodem, bodemerosie en vervuiling.

Duurzame veeteelt zorgt ervoor dat de dieren van nature robuust en gezond zijn en dat ook blijven.

Het vastgelegde aantal dieren per hectare komt ook overeen met de maximale hoeveelheid stikstof die jaarlijks aan de bodem mag worden toegediend, nl. 170 kg. Meer dieren zijn enkel mogelijk wanneer een ander biobedrijf een tekort heeft aan mest en een overeenkomst afsluit. Biologische veeteelt beschermt onze gronden en maakt zo weinig mogelijk gebruik van gronden in verre landen.

Dit zijn enkele algemene principes waaraan alle biologische veetelers zich moeten houden. Ze zorgen ervoor dat de dieren van nature robuust en gezond zijn en dat ook blijven. Zo slagen biologische veehouders erin om antibiotica tot een minimum te beperken.

Vragen over onze standpunten? Neem contact op met onze Beleidsmedewerker.

Foto: Kjell Gryspeert, Natlandhoeve