Milieurapport vraagt om meer biolandbouw

16 mei 2017

Volgens het nieuwste Milieurapport moet de Vlaamse landbouwsector op een andere manier gaan produceren om de milieu-uitdagingen aan te pakken. Ze pleiten o.m. voor biolandbouw en agro-ecologie. De biosector voelt zich door deze studie geruggesteund.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) volgt met behulp van een ruime set milieu-indicatoren (MIRA, zie www.milieurapport.be) al jaren de milieutoestand in Vlaanderen op. In hun recentste publicatie ‘Systeembalans’ onderzocht de VMM hoe belangrijke maatschappelijke systemen presteren op milieuvlak en welke verbeteringen nodig zijn. Dat doen ze onder meer voor ons voedingssysteem.

GROTE MILIEUDRUK VANUIT LANDBOUW
Wat voeding betreft beoordeelt de VMM de totale milieudruk van de Vlaamse landbouw als aanzienlijk, zeker op het lokale niveau.

“Dit komt door de grote productievolumes in verhouding tot de kleine oppervlakte van Vlaanderen, en door de aard van de productie (veel veeteelt). Bovendien zet de nadruk op een hoge arbeids- en landproductiviteit landbouwers soms aan tot een overmatig gebruik van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en energie, of gesubsidieerde hulpbronnen zoals machines en stallen. Een gespecialiseerde en intensieve productie is ook fysiek (bv. dierziekten) en economisch kwetsbaar.”

De kleine marges waaruit een landbouwer een inkomen moet halen, vindt VMM niet alleen een bedreiging voor de leefbaarheid van landbouwbedrijven maar ook voor de mogelijkheden van landbouwers om te investeren in een duurzamere bedrijfsvoering. Het rapport wijst er op dat het dominante landbouwmodel gericht is op productie tegen een zo laag mogelijke kostprijs zodat landbouwers onder druk staan om te investeren in de nieuwste technologieën. Opdat de investering financieel haalbaar zou zijn, laten ze hun productie mee stijgen.

Niet alle landbouwers kunnen die technologische tredmolen volgen. Zij proberen nog zo lang mogelijk door te gaan met hun (verouderde) productiemiddelen. Hierdoor wordt er collectief meer geproduceerd dan strikt genomen rendabel is. In combinatie met de lage prijselasticiteit van de vraag naar voeding leidt dit tot een neerwaartse druk op de prijzen.

NOOD AAN ANDER VOEDINGSSYSTEEM
De oplossing voor dat vraagstuk was tot nog toe de productie verder optimaliseren, maar dat zal niet langer volstaan om de natuur- en milieukwaliteitsdoelstellingen te halen. Naast een kleinere vleesproductie beveelt VMM aan om zorgvuldiger te produceren. Ze pleiten voor een kringloopmodel eigen aan agro-ecologie. De landbouwer probeert daarin kringlopen zoveel mogelijk te sluiten op het eigen bedrijf of zelfs op het niveau van de nabije (stedelijke) omgeving. Boeren produceren daarbij niet alleen voedsel maar vervullen ook andere functies zoals recreatie of de realisatie van meer biodiversiteit.

Ook biologische landbouw is meestal een manier van zorgvuldiger produceren. Ondanks de groeicijfers blijft de Vlaamse biologische landbouw een kleine speler op de (Europese) markt. Met een aandeel van 0,8 % in het totaal landbouwareaal ligt de biologische landbouw in Vlaanderen ver onder het Europese gemiddelde (EU-28) van 5,9 % in 2014. Nochtans is er ruimte voor een snellere groei, aangezien de vraag naar biologische producten in Vlaanderen een stuk groter is dan de binnenlandse productie. Om dit mogelijk te maken wijst VMM onder andere op het belang van voldoende toegang tot landbouwgrond. Verder wijst het rapport op het belang om milieu- en sociale kosten door te rekenen in de prijs van het voedsel.

De milieuvoordelen van zorgvuldiger produceren tonen volgens het rapport een gemengd beeld. Er is vaak minder lokale milieu-impact (bijvoorbeeld minder uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen per hectare, en een hogere lokale biodiversiteit), maar per eenheid productie is er vaak een hoger landgebruik (bijvoorbeeld door lagere productiviteit van gewassen of bij vrije uitloop voor dieren) en kunnen bepaalde emissies hoger zijn (bijvoorbeeld ten gevolge van langere levensduur van de dieren en dus hogere benodigde voederproductie, of meer ammoniakemissie bij vrije uitloop dan in een gesloten stalsysteem).

ROL OVERHEID
De overheid heeft daarbij een essentiële rol. Er is nood aan een langetermijnvisie. Op Europees niveau betekent dit een aanscherping van de milieuregelgeving, waardoor niet alleen de gangbare landbouw zou verduurzamen, maar ook het prijsverschil met de “nog duurzamere producten” zou verkleinen. Een duidelijke beleidskeuze richting meer duurzaamheid moet zich ook vertalen in de keuzes bij landbouwonderzoek en –onderwijs en in de promotie van bepaalde producten. Eén en ander kan worden gerealiseerd naar aanleiding van de geplande hervorming van het GLB post 2020.

BioForum Vlaanderen voelt zich door dit rapport gesteund. De biosector blijft dan ook gestaag verder werken aan een verduurzaming van de Vlaamse landbouw. De conclusie van het milieurapport verrast ook niet. Ook de Landbouw- en voedselorganisatie van de VN (FAO) lanceerde onlangs een rapport waarin stond dat we ons huidige landbouw- en voedingsmodel niet kunnen volhouden en dat er nood is aan een nieuw model. 

Je vindt het volledige milieurapport ‘Systeembalans’ hier.