Vier Europese innovatieprojecten over bio van start

12 juli 2017

In het kader van het Europese Partnerschap voor Innovatie (EIP) zijn vier nieuwe operationele groepen over bio goedgekeurd. De klemtoon ligt dit jaar vooral op het leveren van een bijdrage aan de weerbaarheid van sectoren in crisis, namelijk de dierlijke sector en de fruitsector.

Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege trekt een budget van bijna 450.000 euro uit voor de oprichting en werking van vijftien operationele groepen. Vier van de 15 operationele groepen zijn gericht op de biosector, waarvan één in de fruitsector, één in de plantaardige én twee in de dierlijke productie. 

Met de oprichting van deze operationele groepen wil de minister aanzetten tot snellere innovatie door het stimuleren van een nauwe samenwerking tussen onderzoekers en land- en tuinbouwers. Hun betrokkenheid heeft als voordelen dat onderzoeksvragen meer op basis van de praktijk bepaald worden, dat er meer interactie is tussen land- en tuinbouwers onderling en dat onderzoekers leren hoe hun resultaten in de praktijk gebruikt worden. Praktijkgericht onderzoek is geen nieuw gegeven voor de biosector. Kennisuitwisseling wordt regelmatig georganiseerd onder de vorm van Biobedrijfsnetwerken waar bioboeren en onderzoekers ervaringen kunnen uitwisselen. 

BESTRIJDING BOSWANTS
De operationele groep ‘Biofruit debuggers’ (vanaf december 2017) focust op de ernstige, actuele en stijgende problematiek van boswantsen in pitfruitboomgaarden. Instellingen voor toegepast onderzoek en voorlichting, Pcfruit en Biofruitadvies/Fruitconsult, komen samen met een gemotiveerde groep telers uit de vakgroep biologische fruit van BioForum. Zij willen samen een platform scheppen voor een gecoördineerde kennisvergaring, ervaringsuitwisseling en oplossingsgerichte aanpak van het boswantsenprobleem. Concreet is het hoofddoel om een effectieve beheersingsstrategie uit te werken en te valideren in de praktijk: met focus op de doordachte (tijdelijke) inzet van netten en de implementatie van nieuwe tools (recent ontwikkelde (pyramide)vallen/lokstoffen) en gegenereerde kennis rond ‘trap crops’.

NIEUWE STANDAARD ZWARTSTROOK
De operationele groep ‘Sustainable weed-strip’ onder leiding van het Innovatiesteunpunt wil een stimulans zijn voor meer diversificatie en het op grotere schaal kunnen telen van kleinfruit. De bewerking van de boomstrook of zwartstrook vraagt een hele omschakeling van onkruidbestrijding naar kruidbeheersing. De operationele groep zal een duurzaam en werkbaar alternatief ontwikkelen om onkruid op een duurzame, arbeidsefficiëntere en goedkopere manier te beheersen.

Men ziet mogelijkheden in het periodiek afdekken van de teeltruggen met antiworteldoeken. Andere methodieken zoals mechanische onkruidbeheersing (schoffelen, vegen, enz.) zijn niet bruikbaar in de kleinfruitsector wegens de oppervlakkig wortelende planten. Het gebruik van antiworteldoeken werkt goed op kleine schaal, maar heeft enkele beperkingen indien men het wilt opschalen. De kostprijs ervan wordt grotendeels bepaald door de hoge arbeidsintensiteit van het systeem: het jaarlijks manueel uitrollen, vastleggen en oprollen van de doeken. Daarom dringt de ontwikkeling van een machine zich op die deze handelingen geautomatiseerd kan uitvoeren. Het zal een stap in de goede richting zijn om de omvang van de producties te kunnen opschalen, in combinatie met de afbouw van het gebruik van herbiciden.

MOBIEL SLACHTEN
De operationele groep 'Mobiele slachteenheid' (vanaf september 2017) wil de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid onderzoeken in Vlaanderen: hoe groot is het potentieel, kan er een oplossing gevonden worden voor de wettelijke obstakels, is de klant bereid om een meerprijs te betalen voor dierenwelzijn, welke installatie is werkbaar en vergunbaar en kan het rendabel functioneren? Kleinschalige (biologische) veehouders die slachten voor rechtstreekse verkoop, hebben al langer een probleem om op een bereikbare afstand een (gecertificeerd) slachthuis te vinden. Kleinere slachthuizen zijn dichtgegaan en grotere slachthuizen zijn niet toegerust om een beperkt aantal dieren te slachten voor rechtstreekse verkoop. De lange afstanden die men moet afleggen met de dieren zijn een doorn in het oog van veehouders en consumenten. 

In 2013 liet BioForum in het kader van het project Bio zoekt Keten al een studie uitvoeren naar de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid. Op dat moment waren er nog veel vragen bij de haalbaarheid en bleek de vraag te klein om het rendabel te maken. Intussen is de urgentie naar aanleiding van de sluiting van het slachthuis van Genk en de problemen met het slachthuis in Tielt alleen maar gegroeid en is het aantal kleinschalige (bio)veehouders ook toegenomen. In Duitsland is er net over de grens een functionerende mobiele slachteenheid en ook in Wallonië onderzoekt men opnieuw de mogelijkheden. 

BIOLOGISCH VOEDERRANTSOEN
De melkveehouders in de operationele groep '
Smart Weeding, Organic Feeding' (vanaf juli 2017) zoeken samen naar oplossingen voor onkruidbestrijding in het biologisch voederrantsoen. Naast gras-klaver, hebben maïs en voederbieten hierin een belangrijke plaats. De onkruidbestrijding in deze teelten is in de biologische landbouw een hele uitdaging én tegelijk een doorslaggevende succesfactor. Machines voor mechanische onkruidbestrijding zijn de voorbije vijf jaar sterk geëvolueerd en worden uitgerust met RTK-GPS besturing of camerabesturing. Dit resulteert in een hogere efficiëntie en capaciteit, maar ook in een duur kostenplaatje. Individueel is de investering in moderne schoffeltechnologie niet haalbaar en is enkel een basismechanisatie mogelijk. Door onderlinge samenwerking kunnen ze zich mogelijk wel toegang verwerven tot een eigentijdse en modern machinepark voor mechanische onkruidbestrijding met meer slagkracht en hogere performantie als gevolg. 

Meer info op de website van het Departement Landbouw. 

Nieuwsfoto: KVL/Creative Nature, Fruitbedrijf Van Eykeren