Het Ranke Riet

WIE?
vader en zoon Antoon en Jakob Devreese
WAT?
Melkvee
WAAR?
Lo-Reninge
AANTAL HECTARE?
115 ha
BIO SINDS?
1996

In het West-Vlaamse Lo-Reninge ligt het Ranke Riet, het melkveebedrijf van vader en zoon Antoon en Jakob Devreese. Jakob: “Mijn ouders namen in 1982 het bedrijf over. Bio was van in het begin het doel, maar daar was destijds geen afzetmarkt voor. Pas toen de biologische kaasmakerij Het Hinkelspel in 1994 aanklopte, zijn mijn ouders omgeschakeld. Sinds de oprichting van Biomelk Vlaanderen in 2000 wordt al onze melk biologisch op de markt gebracht.”

Jakob kwam in 2008 van de landbouwschool en stapte mee in het bedrijf. Samen met zijn vader Antoon bouwde hij Het Ranke Riet verder uit. “Op dit moment telt de veestapel 200 melkkoeien en nog een aantal schapen, al zijn we die aan het afbouwen.”

RUWVOER
“We telen 80 procent van ons voer zelf, omdat biologisch ruwvoer erg duur is om aan te kopen.” Lange tijd was dat mais, maar daar zijn ze van afgestapt: “Eigenlijk hoort mais niet thuis in bio. Je plant het in rijen en dus blijft een deel van de bodem onbedekt. Dat zorgt voor een moeilijke onkruidbestrijding. De opbrengst is bovendien te wisselvallig. Onze koeien krijgen nu grasklaver en voederbieten. Daarnaast telen we al meer dan 10 jaar granen en experimenteren we al 5 jaar met mengteelten.”

Mengteelten, dat betekent een combinatie van granen met peulvruchten die door elkaar gezaaid worden. Bij het Ranke Riet gaat het om triticale in combinatie met erwten of veldbonen. De peulvruchten blijken een goede vervangende eiwitbron voor de mais. “Steeds meer boeren experimenteren hiermee.”

Toch blijft het een zoektocht volgens Jakob. “We begonnen met erwten, maar die hadden wat last van de strenge winter en van schade door duiven. Vorig seizoen hebben we dus vooral veldbonen ingezaaid, maar daar hadden we dan weer een ziekte waardoor de kwaliteit minder was.”

UITDAGINGEN
Een ander probleem is de beschikbaarheid van biologisch zaaizaad. De bestaande biologische variëteiten zijn vaak minderwaardig dan de gangbare, maar tegelijkertijd wel een pak duurder. Ook het inzaaien zorgt voor uitdagingen: “Eigenlijk moeten de erwten en veldbonen iets dieper gezaaid worden, omdat ze anders bij strenge vorst schade kunnen ondervinden. Maar we beschikken niet over die techniek, en twee keer over het veld rijden kost te veel tijd. We zitten gelukkig dicht bij de zee, waardoor de winters nooit te streng zijn, maar boeren in het binnenland moeten dat toch in hun achterhoofd houden.”

"Het heeft geen zin om elkaar als concurrent te zien."

Jakob ziet nog veel ruimte voor kennisuitwisseling. Sowieso is samenwerking voor hem cruciaal in de biosector. Dat betekent elkaar informeren, maar ook samenwerken en uitwisselen van machines, mest en ruwvoer.

“Een slimme boer is slim genoeg om te weten met wie hij moet samenwerken. Het heeft geen zin om elkaar als concurrent te zien. Er zijn in de melkveehouderij nu bijvoorbeeld heel veel omschakelaars. Een goede zaak, want er is een groot tekort aan biomelk. Maar willen we een juiste prijs blijven krijgen voor onze melk, dan kunnen we maar beter samenwerken, bijvoorbeeld via Biomelk Vlaanderen.”

Hij besluit: “Bioboer is een mooie stiel. Als ik mijn koeien zie grazen of producten van mijn melk in de winkel zie, dan voel ik me enorm trots.”

Meer weten?
www.biomelkvlaanderen.be